Leden
| FUND GOVERNANCE WETTELIJK VERPLICHT VOOR RETAILBEDRIJF FONDBEHEERDERS! | |
|
Retailfonds beheerders zijn in Nederland wettelijk verplicht voor een goede fund governance te zorgen! De Nederlandse wetgever heeft in art. 17 lid 5 Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo) het voorschrift opgenomen dat de fondsbeheerder, de (zelfstandige) belegginginstelling of de bewaarders daarvan moeten zorg dragen voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen van de organisatie van de fondsbeheerder. Dit is dus niet alleen van toepassing op DUFAS-leden[1], maar ook op fondsbeheerders en zelfstandig opererende beleggingsinstellingen die geen lid zijn van DUFAS! Met de "DUFAS Principles of Fund Governance" wordt het de Nederlandse fondsbeheerders gemakkelijk gemaakt om een fund governance te implementeren! Hiermee wordt namelijk gericht invulling gegeven aan deze wettelijke bepalingen voor integere bedrijfsvoering als genoemd in de artikelen 4:11, 4:14 en 4:25 Wet financieel toezicht, waarvan artikel 17 lid 5 Bgfo een nadere uitwerking vormt. Iedere Nederlandse fondsbeheerder kan hiermee zijn voordeel doen en eenvoudigweg kiezen welke van de door DUFAS beschreven fund governance modellen het beste bij de eigen organisatie passen. U kunt hier naast de bovenstaande Nederlandstalige versie ook de volledig Engelstalige versie van de DUFAS Principles of Fund Governance downloaden. Achtergrond DUFAS Principles of Fund Governance. In een brief van 29 februari 2008 (kenmerk FM 2008-499M) geeft de Minister van Financiën aan dat binnen Europa een beperkt draagvlak bestaat voor de door de Commissie Winter oorspronkelijk aanbevolen, in te stellen Raad van Commissarissen (RvC) bij elke fondsbeheerder[2]. Binnen Europa is het model van een verplichte RvC bij de beheerder of het fonds niet gangbaar. Dat zou ook geen recht doen aan het gegeven dat beleggingsinstellingen niets anders zijn dan financiële producten voor vermogensvorming, zoals er daarnaast verschillende alternatieve beleggingsproducten op de markt worden aangeboden waarop evenmin een RvC direct toezicht dient te houden. De grote verscheidenheid aan en het internationale aanbod van beleggingsinstellingen en andere beleggingsproducten op de Nederlandse markt maakt dat eens te meer verdedigbaar. Beleggingsinstellingen zijn niet te vereenzelvigen met beursgenoteerde ondernemingen en de Nederlandse wetgever wil nadrukkelijk het level playing field bewaren. De wetgevers in de verschillende Europese lidstaten hebben ook niet voor niets gekozen voor speciale, onderscheidende rechtsvormen, zoals bijvoorbeeld de ‘beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal' (BMVK) in Nederland of de daarmee vergelijkbare ‘SICAV' in België, Frankrijk en Luxemburg. Anders dan beursgenoteerde ondernemingen, vallen beleggingsinstellingen bovendien onder een strikt toezichtapparaat van de overheid. DUFAS heeft in overleg met het Ministerie van Financiën naar alternatieven gezocht voor het verplicht stellen van een Raad van Commissarissen bij de fondsbeheerder. Dit heeft geleid tot deze Principles of Fund Governance van DUFAS. Doel van de Principles of Fund Governance is het geven van nadere richtlijnen voor de organisatorische opzet en werkwijze van fondsbeheerders of zelfstandige beleggingsinstellingen om waarborgen te scheppen voor de integere uitoefening van het fondsbedrijf en een zorgvuldige dienstverlening. De DUFAS Principles of Fund Governance zijn zodanig geformuleerd dat binnen de gegeven doelstelling alle ruimte wordt gelaten voor verschillen in fund governance die samenhangen met verschillen in aard en omvang van de organisatie van de beheerder. De fondsbeheerorganisatie dient primair vorm en inhoud te geven aan een toezichtfunctie, waarbij de toezichthebbende kritisch en onafhankelijk moet kunnen opereren van de fondsbeheerder en gelieerde partijen. In de bijlage bij de DUFAS Principles of Fund Governance wordt een aantal mogelijkheden beschreven op welke wijze een fondsbeheerder dit kan inrichten binnen de eigen organisatie. Het hanteren van fund governance is een wettelijke verplichting voor het retailbedrijf van alle Nederlandse fondsbeheerders, ongeacht de 'asset class' waarin hun fonds(en) beleggen, ongeacht een open- of closed-end karakter van hun fondsen. Uiteraard zijn er verschillen in beheer en organisatie waarmee bijv. enerzijds een effectenbeleggende beleggingsinstelling heeft te maken of anderzijds een in vastgoed beleggende instelling. Hierdoor zijn inhoudelijke verschillen in uitvoering tussen 'fund governance statuten' van onderscheiden fondsbeheerders gerechtvaardigd. Maar niet de verplichting om een onafhankelijke toezichtfunctie te hebben geïnstalleerd! Voor beursgenoteerde (zelfstandige) closed end vastgoedinstellingen geldt dat zij moeten voldoen aan de Code Tabaksblat. Hiermee zal impliciet invulling zijn gegeven aan een goede fund governance. Immers dienen zij o.m. te beschikken over een onafhankelijke Raad van Commissarissen. Activiteiten van de AFM De AFM heeft al enkele malen aandacht van fondsbeheerders gevestigd op fund governance en heeft aangegeven hier strikt op te zullen handhaven. De AFM zal in 2010 bij fondsbeheerders specifieke vragen stellen over de wijze waarop zij uitvoering geven aan fund governance. Fondsbeheerders die geen adequate invulling aan fund governance hebben gegeven, overtreden de bovengenoemde wettelijke bepalingen voor integere bedrijfsvoering en lopen het risico een aanwijzing of een boete opgelegd te krijgen door de AFM. De Minister van Financiën geeft in voornoemde brief aan dat voor de AFM de DUFAS Principles of Fund Governance als referentiekader voor een integere bedrijfsvoering en zorgvuldige dienstverlening van fondsbeheerders kunnen dienen. Deze ‘DUFAS Principles' zijn als het ware een door de overheid goedgekeurd model voor fund governance. Voor zover u nog geen fund governance heeft geïmplementeerd in uw fondsbeheer organisatie, adviseren wij u hier ten spoedigste uitvoering aan te geven!
[1] Wel heeft het bestuur van DUFAS implementatie van een goede fund governance verplicht gesteld voor het retailfondsen bedrijf haar leden. [2] Voor grote (internationaal opererende) fondsbeheerders met vaak vele tientallen verschillende fondsen ‘op de plank', zou het al helemaal ondoenlijk zijn op het niveau van ieder afzonderlijk fonds een RvC te laten functioneren, zelfs indien daarbij zou worden gekozen voor een personele unie van RvC's. Toezicht op het niveau van de beleggingsonderneming garandeert ook een beter overzicht op alle activiteiten van de fondsbeheerder. Vergelijk bijv. ook dezelfde insteek die de Europese wetgever heeft gekozen voor de ‘Alternative Investment Fund Managers' richtlijn (AIFM). terug |
|
